Aantekeningen webinar OU/Kennisnet “De Pionier als Bruggenbouwer” door Jos Fransen.

Vanavond volgde ik de webinar van mijn collega Jos Fransen, associate-lector eLearning en onderzoeksbegeleider bij de masteropleiding Leren & Innoveren. De titel van de webinar is “De pionier als bruggenbouwer" (ook de titel van het artikel van Jos in 4W) en het betreft de implementatie van de didactische inzet van ICT. Hieronder mijn aantekeningen, zover ik heb meegeschreven. 

Aanleiding

Onderzoek dat het lectoraat in samenwerking met Kennisnet heeft uitgevoerd heeft veel interessante inzichten opgeleverd over de complexiteit van het proces van onderwijsvernieuwing met inzet van ICT en de rol van de pionier daarbij. We weten dat er veel initiatieven zijn als het gaat om inzet van ICT in het onderwijs, maar veel van die initiatieven verdwijnen weer vanwege de complexiteit van het onderwijs. Maar sommige initiatieven raken wel duurzaam geïmplementeerd, soms lukt het dus wel. En de pionier is daar een belangrijke factor in.   

1. Procesgang succesvolle duurzame implementatie

Duurzame implementatie start uiteraard met een idee, een idee dat leidt tot een initiatief binnen de school. Een uitgewerkt initiatief noemen we ook wel een emergent practice. Dit initiatief komt van de pionier en wellicht een aantal volgers. De pionier initieert hiermee het leren in de organisatie. 

Deze leerpraktijk heeft een bepaalde mate van succes, en wordt op een gegeven moment gezien als een good practiceHet is een benchmark: zo zou het moeten. Meerdere docenten (early adopters) gaan het op deze wijze doen. Vervolgens ontstaat er binnen de school de mening dat het hele team, of in ieder geval een groot gedeelte, op deze wijze de ICT zou moeten inzetten. Men is overtuigd van de meerwaarde die de leerpraktijk heeft. Er ontstaat een shared practice, de late adopters sluiten ook aan. Deze late adopters hebben voldoende geloof in eigen effectiviteit. De weg naar duurzame implementatie ligt open. Uit de case-studies blijkt dat dit een proces van jaren is: een evolutie. 

Factoren bij succesvolle implementatie zijn:

1. Pioniers en volgers, die met het initiatief komen en deze uitwerken (idee-generatie). 

2. Belang van leiderschap met visie op inzet van ICT, en die daar ook op stuurt in ontwikkeling van onderwijs.

3. Team gericht op samenwerkend leren en werken: er moet een  feedback-cultuur zijn. 

4. Specifieke kenmerken van de toepassing: het moet aansluiten bij de behoefte van de docent, de toepassing moet gespitst zijn op de praktijk.

De procesgang kan als volgt in beeld gebracht worden (Fransen et al., 2012). 

Vragen:

Liesbeth Kester stelt een vraag over het proces van backward mapping en of dat een effectieve manier is om er achter te komen hoe een implementatieproces er uit ziet?
Door mensen zelf het verhaal te laten vertellen (pioniers, volgers, early- en later adopters, leidinggevenden) komen we erachter welke gebeurtenissen belangrijk zijn. Vervolgens rolt het verhaal er vaak uit. Als onderzoekers weten we natuurlijk ook naar welke fases e.d we moeten vragen (zie model). 

Er is een vraag mbt een school die schoolbrede visie heeft ontwikkeld en vervolgens over is gegaan tot ‘brede implementatie’.
De valkuil van dergelijke beleidsmatige interventies is dat het succes ervan geen automatisme is, integendeel. Het gaat om een proces van evolutie, waar docenten zich bewust dienen te worden van de nut en noodzaak van de ICT-toepassing. Eigenaarschap moet echt vanuit de docent zelf komen.

Is er ruimte voor niet-willers en niet-kunners?
De professionele ruimte in het onderwijs is groot, en dat is opzich best goed. Maar er is in het onderwijs ook veel sprake van vrijblijvendheid, en dat mag best wat minder. Als je als school, team, echt de meerwaarde ziet van een ICT-toepassing, en die wordt bevestigd in allerlei ervaringen, dan mag een leidinggevende het best strakker aanpakken: in kader van onderwijsontwikkeling en eigen individuele ontwikkeling is het belangrijk dat ‘laggards’ meegaan.

Hoe verbind je de pioniers met de leiding?
Het beleid moet gericht zijn op het samen werken en leren. Uit de case-studies blijkt dat het proces verloopt via samen werken en leren. De leidinggevende moet deze processen zien en ondersteunen, het is belangrijk dat initiatieven van de pioniers opgepikt worden, dat er ruimte wordt gegeven om te leren. 

2. Kenmerken pioniers/vroege volgers

- geneigd om initiatief nemen en werken vaak in de vrije tijd
- constructivistische visie op onderwijs met inzet van ICT daarbij
- doorgaans zeer ICT-vaardig en vertrouwen op eigen vermogen om iets te leren, niet bang om te experimenteren
- zelfsturend in professionalisering en maken gebruik van expertise van derden, zijn verbonden met een breder netwerk. - 

Vervolgens bespreekt Jos het model van diffusie van innovatie (Rogers, 1995).

Afbeelding: screencapture presentatie Jos Fransen webinar. 

Vervolgens wordt het construct innovatiepotentie (Metselaar et.al, 2005) uitgewerkt. Het betreft de combinatie van:

1. Willen innoveren. Dit is bij pioniers heel belangrijk, die willen graag.  Of ze het kunnen is niet eens zo belangrijk.

2. Kunnen innoveren. Dit blijkt met name voor de latere volgers en achterblijvers zeer bepalend te zijn. Wellicht willen ze wel, en mogen ze ook, maar het is de vraag of ze voldoende vaardig zijn.

Zowel 1 en 2 kun je op individueel als op teamniveau beschouwen. 

3. Mogen innoveren. De organisatie die ruimte geeft aan individuen en het team om te experimenteren, samen te leren en te werken. 

De combinatie bepaalt de innovatiepotentie. 

3. Ontwikkelen van innovatiekracht

Jos gaat vervolgens in op het construct innovatiekracht

Afbeelding: screencapture presentatie Jos Fransen webinar. 

Pionier moet het kunnen innoveren sterker maken. Het leren door doen ondersteunen. Het gaat om aansluiting zoeken met collega’s in de achterhoede bij het inrichten van hun onderwijs en ze wijzen op de gevolgen de inzet van ICT kan hebben op de werkwijze in het onderwijs. Collega’s inspireren en aansluiten bij de behoeften van collega’s.

Vragen

Hoe maak je implementatie duurzaam?
Door een gedeelte visie te ontwikkelen die echt doorleefd is: men heeft een duidelijke mening over de meerwaarde van de leerpraktijk en het effect er van op het leren. De ervaring bekrachtig deze visie. 

Is een good practice een voorwaarde voor een shared practice? Ja, we zien eigenlijk steeds dat de achterhoede echt pas aanhaakt als het een bewezen leerpraktijk is, waar geen discussie meer bestaat over de meerwaarde ervan voor het onderwijs. 

Zijn de randvoorwaarden voor inzet van ICT niet veel belangrijker dan de pioniers?
Ja, natuurlijk zijn de randvoorwaarden ook belangrijk, heel belangrijk zelfs. Als het niet werkt, dan is het gedoemd te mislukken. Maar het is niet de randvoorwaarde dat docenten er ook daadwerkelijk mee gaan werken. We zien in veel scholen prachtige infrastructuur, maar docenten benutten de potentie nauwelijks. 

Vervolgens sluit Jos af met een aantal aanbevelingen voor schoolorganisaties:

1. stimuleer visieontwikkeling mbt inzet van ICT
2. beloon initiatieven van pioniers en maak ruimte voor het delen van ervaringen.
3. koppel pioniers aan volgers voor ontwikkelen van ‘good practice’.
4. investeer in teamontwikkeling en docentprofessionalisering
5. kies ICT-toepassingen die aansluiten op praktijk en behoefte. 

Vragen

Wat is de voorspellende waarde van het model?
Het onderzoek heeft een concept instrument opgeleverd: de implementatiesuccesvoorspeller. Dit instrument kan gebruikt worden om het proces van implemenatie, en de mate van aanwezigheid van de vier succesfactoren, in beeld te brengen. Op basis hiervan kan een schoolorganisatie interventies organiseren. 

Moet het bovenschoolse ICT-beleid verplaatst worden naar beleid dat wordt uitgewerkt op teamniveau?
Het betreft altijd een combinatie van strategieen, er zou sprake moeten zijn van en en. Er kunnen prima sturende initiatieven van bovenaf gesteld worden, eigenaarschap moet echter wel op de werkvloer ontwikkeld worden. 

Moeten er niet sprake zijn van peercoaching? 
Ja, dit is cruciaal wil je de pionier een bruggenbouwer laten zijn met de collega’s in de achterhoede. ‘Maatjes’ in dit opzicht zijn heel belangrijk. Leidinggevenden moeten zorg dragen voor condities die het verbinden van collega’s makkelijker maakt: het samen leren en werken met elkaar verbinden. Samen ontwikkelen, samen zoekend zijn, samen innoveren. 

Implementatie van leren en ICT kent verschillende stadia. Hoe kom je van het eerste stadium (meestal plat digitaliseren) naar een volgend niveau (onderwijskundige vernieuwing)? Zelfde aanpak? 
Ja, eigenlijk wel. De weg blijkt vaak gewoon een situatie te zijn dat iemand ontdekt dat een bepaalde digitalisering iets doet in de praktijk. Het proces begint vaak met substitutie, en via een aantal stappen kan dat leiden tot transformatie. En dat is wel een proces: het is nooit gelijk transformatie. 

Onderwijsvernieuwing is een moeilijk proces, maar onderwijsvernieuwing met ICT is helemaal een moeilijk proces, vanwege de technologische aspecten die er bij komen kijken. Het betreft een evolutie waar allerlei onderwijsaspecten bij elkaar komen. Vaak hebben we te hoge verwachtingen van innovaties, het is belangrijk om deze realistisch bij te stellen en vooral te laten aansluiten bij relevante vraagstukken in het onderwijs. 

De basis van deze webinar is het onderzoek “Acceptatie en duurzame implementatie van de didactische inzet van ICTen het artikel in 4W: De pionier als bruggenbouwer